Waarom zou je een boek, een essay, een gedicht, een weblog of wat dan ook willen schrijven, over een dorp als Zondereigen? Zo op 't eerste gezicht is het geen bijzonder dorp. Verre van. Geen bijzonder landschappelijk schoon. Ook geen bijzondere gebouwen. Het landschap is misschien een pluspunt, maar voor een stedeling is ieder landschap anders dan de stad iets bijzonders. De bomen langs de Noordelijke Mark, die je zien kunt als je langs de zuidelijke kant nadert zijn misschien nog wel het meest bezienswaardig. Al deze afzonderlijke aspecten rechtvaardigen niet een bijzondere belangstelling voor dit dorp. Het is de som der delen die hier het verschil maakt. Rijdend naar het dorp krijg je op sommige punten een panoramisch uitzicht. Het is de kerktoren die -natuurlijk- als eerste opvalt. Dan de huizen daaronder en, als je in de lente en de zomer komt, de groen-blauwe achtergrond van dat alles.
Wat je op dat moment ziet is een ansichtkaart. Vermoedelijk een die nooit gemaakt is, want voor toeristen heeft Zondereigen weinig te bieden. En dat is misschien maar goed ook, want teveel mensen in het dorp zouden al snel afbreuk doen aan het plaatje. Het is een plaatje dat helemaal anders is dan de verstedelijkte west-europese samenleving waar Nederland en Belgie deel van uitmaken. Het lijkt een beeld uit het verleden. Van een wereld die achter ons lijkt te liggen. Een sprookjeswereld zoals de efteling of disneyland. Een plaatje dat het gevoel oproept dat het leven ook anders kan zijn dan het jachtige bestaan van de moderne mens. Een droombeeld misschien, want is het nog ergens zoals het in Zondereigen lijkt te zijn? Tegelijkertijd maakt het iets van een verlangen los. Verlangen naar een manier van leven, die misschien beter voor ons zou zijn. Het leven in een dorpse, landelijke samenleving. Het pastorale leven.
Je leest wel eens in de krant over levende fossielen. De Coelacanth bijvoorbeeld. Die werd in 1938 door zuid-afrikaanse vissers naar boven gehaald. Een onbekende soort voor de vissers en in eerste instantie ook voor de geleerden. Niemand had ooit zo'n vis gezien. Je zou hebben kunnen denken dat het een nieuwe soort was, totdat een prehistoricus zich ermee ging bemoeien en een fossiel tevoorschijn haalde van 300 miljoen jaar oud. In die tijd moesten er duizenden van zulke vissen zijn geweest. Het dier werd uitgestorven gewaand. Zondereigen heeft wel wat van zo'n levend fossiel. Zoals er ongetwijfeld nog meer Coelacanthen zwemmen in de diepten van de oceanen, zijn er onetwijfeld ook nog meer dorpjes zoals Zondereigen. Je loopt er toevallig tegenaan, maar het duurt even voordat je dan beseft waarmee je te maken hebt. Het is niet alleen levende geschiedenis. Het staat ook voor continuiteit; de gedachte dat sommige dingen niet verdwijnen, zelfs doorgaan, ook al lijkt al het andere in de wereld niet bestand te zijn tegen de tand des tijds.
Uiteindelijk is het deze continuiteit die nieuwsgierig maakt. Het roept vragen op. Hoe komt het dat Zondereigen niet is ondergesneeuwd of is meegesleurd in de voortrazende tijd. Waarom is Zondereigen tot nu toe het lot van zovele franse dorpjes bespaard gebleven? De wereld urbaniseert, zoals ze zichzelf ook heeft geindustrialiseerd. Een toevalstreffer? En waarom is het zover gekomen? Zondereigen is een plaatje geworden om naar te kijken; waar je met plezier naar kijkt. Het tegendeel van de moderne stad. Hoe heeft het zover kunnen komen. Waarom urbaniseert de wereld, wanneer het leven in een dorp als Zondereigen zoveel aantrekkelijker lijkt? Is de urbane samenleving een even lang leven beschoren als het pastorale Zondereigen? Misschien is dat een vraag teveel. Misschien is het veel verstandiger om eerst na te denken over de betekenis van het pastorale Zondereigen.
Wat je op dat moment ziet is een ansichtkaart. Vermoedelijk een die nooit gemaakt is, want voor toeristen heeft Zondereigen weinig te bieden. En dat is misschien maar goed ook, want teveel mensen in het dorp zouden al snel afbreuk doen aan het plaatje. Het is een plaatje dat helemaal anders is dan de verstedelijkte west-europese samenleving waar Nederland en Belgie deel van uitmaken. Het lijkt een beeld uit het verleden. Van een wereld die achter ons lijkt te liggen. Een sprookjeswereld zoals de efteling of disneyland. Een plaatje dat het gevoel oproept dat het leven ook anders kan zijn dan het jachtige bestaan van de moderne mens. Een droombeeld misschien, want is het nog ergens zoals het in Zondereigen lijkt te zijn? Tegelijkertijd maakt het iets van een verlangen los. Verlangen naar een manier van leven, die misschien beter voor ons zou zijn. Het leven in een dorpse, landelijke samenleving. Het pastorale leven.
Je leest wel eens in de krant over levende fossielen. De Coelacanth bijvoorbeeld. Die werd in 1938 door zuid-afrikaanse vissers naar boven gehaald. Een onbekende soort voor de vissers en in eerste instantie ook voor de geleerden. Niemand had ooit zo'n vis gezien. Je zou hebben kunnen denken dat het een nieuwe soort was, totdat een prehistoricus zich ermee ging bemoeien en een fossiel tevoorschijn haalde van 300 miljoen jaar oud. In die tijd moesten er duizenden van zulke vissen zijn geweest. Het dier werd uitgestorven gewaand. Zondereigen heeft wel wat van zo'n levend fossiel. Zoals er ongetwijfeld nog meer Coelacanthen zwemmen in de diepten van de oceanen, zijn er onetwijfeld ook nog meer dorpjes zoals Zondereigen. Je loopt er toevallig tegenaan, maar het duurt even voordat je dan beseft waarmee je te maken hebt. Het is niet alleen levende geschiedenis. Het staat ook voor continuiteit; de gedachte dat sommige dingen niet verdwijnen, zelfs doorgaan, ook al lijkt al het andere in de wereld niet bestand te zijn tegen de tand des tijds.
Uiteindelijk is het deze continuiteit die nieuwsgierig maakt. Het roept vragen op. Hoe komt het dat Zondereigen niet is ondergesneeuwd of is meegesleurd in de voortrazende tijd. Waarom is Zondereigen tot nu toe het lot van zovele franse dorpjes bespaard gebleven? De wereld urbaniseert, zoals ze zichzelf ook heeft geindustrialiseerd. Een toevalstreffer? En waarom is het zover gekomen? Zondereigen is een plaatje geworden om naar te kijken; waar je met plezier naar kijkt. Het tegendeel van de moderne stad. Hoe heeft het zover kunnen komen. Waarom urbaniseert de wereld, wanneer het leven in een dorp als Zondereigen zoveel aantrekkelijker lijkt? Is de urbane samenleving een even lang leven beschoren als het pastorale Zondereigen? Misschien is dat een vraag teveel. Misschien is het veel verstandiger om eerst na te denken over de betekenis van het pastorale Zondereigen.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten