
Het is overwegend grijs weer vandaag. Tussendoor flarden blauwe lucht en af en toe komt dan de zon erdoor. De fietser voelt even wat warmte op zijn gezicht. De akkers zijn kaal. Ook de stoppels die een paar weken geleden nog goed te zien waren, zijn bijna verdwenen. Op sommige stukken wordt de grond bedekt door een grillig patroon van bandensporen. Het water in de sloten staat laag. Vreemd eigenlijk, omdat het de afgelopen weken toch een aantal malen heeft geregend. In een sloot langs de oostelijke weg is het water doorzichtig rood, wat normaal gesproken wijst op een hoog ijzergehalte. Waar zou 't hier vandaan komen? Voor de kerk is een kerststal gebouwd. Grote groene takken overdekken een donkere ruimte waarin de figuren niet direct zichtbaar zijn. Ernaast een kraam waar de kleumende bezoekers een warme drank of iets hartigs kunnen bestellen. Aan de overkant van de kruising lopen een man en een vrouw. Ze dragen identieke rode jassen en vermoedelijk horen ze bij elkaar. De man heeft een klein hondje aangelijnd. Het hondje probeert de kruising over te steken en gaat met zijn volle gewicht aan de lange lijn hangen. De man spreekt hem vermanend toe. Ondertussen loopt de vrouw op en neer over het trottoir tegenover de kerk. Het lijkt alsof ze de kruising willen oversteken, maar om een of andere reden aarzelen ze. De vrouw heeft een landkaart in haar hand die ze strak vasthoudt. Het is fris en er staat een lichte noordwestenwind. De fietser voelt het vooral op de noordelijke weg. Het is niet onaangenaam. De temperatuur is goed te verdragen. Over een zijstraat van de noordelijke weg rijdt een zwarte auto langzaam voor de fietser uit. Hij is op een flinke afstand die hij ongeveer handhaaft. Af en toe lichten zijn remlichten op. Fel rode punten in de grijze verte. Pas na een half uur begint het zadel goed te voelen. De fietser probeert een comfortabele positie te vinden.

.jpg)
.jpg)


