Het is eigenlijk een landschap dat weinig tot de verbeelding spreekt. Niet dramatisch bedoel ik. Geen grote contrasten. Veel rechte lijnen, en veel groen, weliswaar in verschillende tinten. Je moet goed kijken om de verschillende facetten van het landschap te ontdekken. En dan zie je verschillen tussen de bomen, in soorten en vormen. Natuurlijk zie je ook huizen. Veel rode baksteen. Geen landschap dat kunstenaars heeft kunnen inspireren. Voorbeelden van landschapskunst uit deze streek zijn schaars. Gelukkig is er wel een liedje (oneerbiedig) chanson geschreven over een soortgelijk landschap. “Het vlakke land” van Jacques Brel bedoel ik. Ik kan het hier niet goed beschrijven je moet het horen. En dan eigenlijk ook nog zoals Brel het zingt. Er zijn wel andere vertolkingen. Van Liesbeth List bijvoorbeeld. Brel schildert met woorden een land dat wordt geteisterd door de seizoenen; dat machteloos het natuurgeweld moet ondergaan. De wind natuurlijk en de regen. De wind die beukt; de zon die het landschap schroeit in juli. Geen wonder haast zou je denken dat het een vlak land is geworden. Kijkend naar Zondereigen is er 1 zin die meer in het bijzonder van toepassing lijkt te zijn. Brel noemt de kerktorens de enige bergen in dit landschap. En zo is het. Als je vanuit noord of west het dorp binnenrijd dan kun je de kerktoren al van veraf zien. Ze steekt boven het dorp uit. Ander hoogbouw is er niet. het oog wordt naar de kerktoren getrokken; ze trotseert de elementen die over het vlakke land jagen.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten