Onderweg zijn is soms even waardevol als er zijn. Sommige mensen geven de voorkeur aan onderweg zijn, boven ergens zijn. De nomade en de landbouwer. Dan denk ik weer aan de Songlines van Bruce Chatwin. De wegen die in het landschap zijn gekerfd. De wegen naar Zondereigen, liggen die er al even lang als het dorp. De bomen langs de noordkant doen zoiets vermoeden, hoewel die misschien ook maar vijftig jaar oud zijn. Vroeger was het misschien een karrespoor. De auto heeft ook hier het landschap verandert. Waar gaat het hier dus over? Over het er zijn; over in Zondereigen zijn? Proberen te verhelderen wat daar zo bijzonder aan zou kunnen zijn. Of gaat het over het onderweg zijn? Is dat een onderwerp? Het kost fysiek geen moeite er te komen. Het is geen dorp midden in een onbegaanbare woestijn. De weg is geasfalteerd, goed bewegwijzerd. Goed te vinden voor wie er naar op zoek is. Dat kan het dus niet zijn. Getting there en Being there. Dat zijn eigenlijk de twee dingen waar het over gaat. Wat is het fascinerende van een dorp als Zondereigen? Er zijn of er komen. Eigenlijk is het een weg terug naar een serene toestand van evenwicht en van zuiverheid. Het leven staat voor groei en ontwikkeling. In een dorp als Zondereigen merk je misschien dat groei en ontwikkeling uitmonden in verval, sterven en wedergeboorte. De cirkel van het leven. En ook al ken je alle wegen om te komen waar je zijn wil, is het dan makkelijker geworden om er te komen?
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten