19.4.09
Natuurlijk tempo
Was Thoreau een natuurfilosoof? Als je een natuurfilosoof bent wanneer je jezelf vrijwillig afzondert van je medemensen, om in het bos in een kleine blokhut in bij een meer te gaan wonen, dan was Thoreau er een. Hij vond dat de moderne mens (van plm 1840) zich van de natuur had vervreemd. En verder was hij van mening dat het moderne leven de mens een tempo oplegde waar hij zich niet goed bij kon voelen. In zijn blokhut probeerde hij weer in zijn natuurlijke tempo te komen. Het lukte hem aardig, maar na een jaar of wat, was 't ook weer genoeg voor hem. Wat zou hij gevonden hebben van Zondereigen? Het lijkt er nu vaak wat slaperig, maar dat zou hem waarschijnlijk wel aanspreken. De boeren rijden er op hun gemak met hun tractor over de smalle wegen (Thoreau had een hekel aan de gemechaniseerde landbouw, maar naar de maatstaven van de huidige tijd lijkt het leven er in een slaapverwekkend tempo te verlopen. De seizoenen trekken traag, maar onverbiddelijk, door het dorp en de velden. Het gaat zo geleidelijk dat je de veranderingen nauwelijks opmerkt. Dat is een tempo dat Thoreau vermoedelijk wel zou bevallen.
12.4.09
Lentegevoel
De lucht is vol van een bijna doorzichtig, lichtgrijs wolkendek, dat zo dun lijkt dat de lucht soms ook gewoon blauw is. De akker is bedekt met een grassoort, die als transparant groen dons over de akker ligt. De fietser rijdt over de oostelijke weg in de richting van het dorp. Het asfalt is niet droog en niet nat. De fietser probeert een gestadig tempo te rijden, maar de gaten en oneffenheden in het asfalt maken dat hij soms uit zijn ritme wordt gehaald. Zijn blik is gericht op het asfalt. Als hij zich opricht om even vooruit te kijken, ziet hij de kerktoren die zichtbaar is tussen de bomenrij door, die haaks op de oostelijke weg staat.
Even wordt aan de zijkant van het dorp, een wit huis zichtbaar; een klassiek plaatje. Het ligt iets afgezonderd van de dorpskern. De rode pannen op het dak zijn goed zichtbaar. Het beeld verschuift weer achter een bomenrij, wanneer de fietser verder rijd. Een roofvogel zweeft op de lucht boven de opgewarmde akker, zijn vleugels wijd gespreid.
Even wordt aan de zijkant van het dorp, een wit huis zichtbaar; een klassiek plaatje. Het ligt iets afgezonderd van de dorpskern. De rode pannen op het dak zijn goed zichtbaar. Het beeld verschuift weer achter een bomenrij, wanneer de fietser verder rijd. Een roofvogel zweeft op de lucht boven de opgewarmde akker, zijn vleugels wijd gespreid.
4.4.09
Tegenpolen
Lente en herfst lijken op elkaar; zeker voor de fietser. Winderige seizoenen. Vlagen die opsteken vanuit het niets en je onverwacht vol aanvliegen of meevoeren. Levendige luchten, soms helderblauw met grote grijze watten, soms overkoepelend grijs, alsof de fietser zich voortbeweegt onder een stolp, waaruit geen ontsnappen mogelijk is. Aan het eind van de herfst zijn de bomen vrijwel bladerloos net als nog halverwege de lente. De fietser wordt regelmatig nat, als hij tenminste zijn voorgenomen rondjes blijft draaien. Dat zijn de uiterlijke overeenkomsten.
Toch zijn ze ook elkaars tegenpolen in de jaarlijkse cyclus van de seizoenen. De herfst staat voor het verval; voor de laatste opflakkering van kleur voordat die even helemaal uit het landschap verdwijnt. De lente staat voor het nieuwe begin. Het kale van begin maart is heel anders dan het kale van eind november. Kou, donker en stilte liggen op ons te wachten in november.
De zon, het licht en de uitbundige natuur komen in maart weer langzaam tevoorschijn.
Door regen en wind wordt de voorjaarsfietser soms teruggeroepen naar de herfst. De zon maakt dat hij het voorjaar en de tijd van de langere ritten weer voor zich kan zien.
Toch zijn ze ook elkaars tegenpolen in de jaarlijkse cyclus van de seizoenen. De herfst staat voor het verval; voor de laatste opflakkering van kleur voordat die even helemaal uit het landschap verdwijnt. De lente staat voor het nieuwe begin. Het kale van begin maart is heel anders dan het kale van eind november. Kou, donker en stilte liggen op ons te wachten in november.
De zon, het licht en de uitbundige natuur komen in maart weer langzaam tevoorschijn.
Door regen en wind wordt de voorjaarsfietser soms teruggeroepen naar de herfst. De zon maakt dat hij het voorjaar en de tijd van de langere ritten weer voor zich kan zien.
Abonneren op:
Reacties (Atom)
