11.7.07

Fietsschrijven.

Er is al veel geschreven over fietsen. Dat zie je in de boekwinkel. Je ziet het op internet. Tim Krabbe heeft een mooi boek geschreven, de renner, over wat het met je kan doen om een prestatie te leveren, te willen leveren. Een boekje dat nog steeds afwijkt van het gros van de fietsliteratuur omdat het ingaat op wat de fietser voelt als hij onderweg is. Daarbij gaat hij niet voorbij aan de fysieke aspecten als zadelpijn, spierpijn en en (extreme) vermoeidheid. Maar ook, de wil om de beste te zijn. Op het internet wordt ook best veel geschreven. Daar ligt het accent meer op een beschrijving van de tocht. Hoe laat zijn we vertrokken, wie gingen er allemaal mee, wie kreeg er een lekke band, waar zijn we gestopt om te lunchen, hoeveel kilometers hebben we die dag gemaakt, zijn we erg nat gewordenm hadden we veel tegenwind en waren we erg tevreden toen we eenmaal op de bestemming waren. Twee verschillende categorieen. Allebei beschrijvingen van onderweg zijn. De schrijvers van dit genre willen blijkbaar iets overbrengen, of in ieder geval proberen het genoegen dat ze er onderweg aan hebben beleefd te vangen in woorden. Om het over te brengen aan anderen. Of om het vast te leggen voor zichzelf. Een variant op fotograferen.

Stille wanhoop.

De meeste mensen lijden hun leven in stille wanhoop. Dat schreef HD Thoreau ergens aan het begin van de negentiende eeuw. Vanuit de optiek van de vroege twintigste eeuw was dat een pastorale tijd. Zonder auto's, de eerste treinen reden nog maar net en de stoommachine was een amper ingeburgerde nieuwigheid. Stille wanhoop. Hoeveel mensen zouden vandaag hun leven lijden in stille wanhoop? Thoreau probeerde aan zijn tijd te ontvluchten door in een hut bij een meer te gaan wonen en te leven van wat de grond er omheen opbracht. Een karig bestaan, maar Thoreau haalde er voldoening uit. Meer als uit het jachtige leven van de stad. Meer als uit het leven gericht op het verdienen van geld. Het materialisme was aan hem niet besteed. Hij zag er niks in. Dacht ook niet dat andere mensen er beter van werden.
Je vraagt je af wat hij van onze tijd zou vinden. In 1 ding lijkt hij gelijk te krijgen. In materieel opzichten gaat het veel mensen een stuk beter dan in zijn tijd. Als je nou vraagt of al die mensen daardoor gelukkiger zijn? Ik weet het niet.

3.7.07

Onveranderlijk

Er bestaat zoiets als de trek naar de stad. Daar lees je de veel over in de krant. De steden worden al maar groter. het platteland raakt steeds verder ontvolkt. Dat gaat zo over de hele wereld. Ik vraag me af of het in Nederland en Belgie ook zo is. Want dorpen als Zondereigen zijn zeldzaam aan het worden. Naarmate je meer zuidelijk komt zie je er meer. In de belgische Ardennen zijn ze al niet echt zeldzaam meer. In Nederland lijkt daarnaast er ook zoiets te zijn als een trek naar het platteland. Meestal goedverdienende, goedopgeleide types die de drukte van de stad willen ontvluchten. Door de auto en het openbaar vervoer hoeft de afstand geen belemmering meer te zijn. Aan Zondereigen lijkt ‘t voorbij te gaan. Het dorp is in de loop van de jaren nauwelijks veranderd. Lijkt ook niet op het punt te staan om groter te worden. Ergens is dat vreemd. De overvraagde stedeling zou er de rust kunnen vinden die in de stad ontbreekt. Toch blijft het er rustig. Is het misschien te ver weg? Of zouden er nog andere redenen kunnen zijn om de reis naar Zondereigen niet te maken?