15.11.08

Laat in de herfst


De hemel is grijs, bijna overal loodgrijs, met enkele lichter stukken ertussen. Gelukkig waait het nauwelijks en de voorspellingen achtten de regenkans klein. Over de natte zwarte akkers, klinkt het schorre gekras van de onzichtbare kraaien, dat zich even vermengt met het gebeier van de klokken. De fietser gaat door het onherbergzame decor. In het dorp pauzeert hij even. Er wordt een perceel te koop aangeboden; het is overwoekerd met onkruid. Het christusbeeld overziet de kruising waar af en toe een auto passeert. Onderweg de contouren van grote landbouwmachines, bezig met het verplaatsen van wat er op het land is achtergebleven. Uit het bos klinken diergeluiden. Ondanks dat, is het vooral erg stil. Een watterige stilte, waarin alle geluid dof wordt gesmoord. Op de terugweg komt hem een klein peloton tegemoet, dat al van verre zichtbaar is. De rode tricots steken flink af tegen het landschap in herfstkleuren.



8.11.08

Uitbundige Herfst

Een prachtige dag om te fietsen. De zon schijnt; af en toe schuift er een wit-en-vuilgrijze wolk voor. Sommige bomen hebben hun bladeren al verloren; sommige hebben nog een volle geel-bruine bladerkroon. Een geweldig uitzicht voor de fietser. Niet het volle licht van de zomer, niet het eentonige vale groen van augustus, maar een landschap in heftige herfst-tinten, soms alsof de vlammen eraf slaan. De akkers zijn kaal en vaak al omgeploegd. Het zand ligt er zwart en vochtig bij. Op sommige akkers liggen grote bergen bieten te wachten op het vervoer naar de fabriek. Het zou alleen wel iets minder hard mogen waaien. De wind lijkt uit het zuid-oosten te komen. Niet echt koud, niet schraal, maar hard genoeg om de versnelling laag te houden. De herfst laat zich van zijn meest levendige, meest uitbundige kant zien. Vreemd dat dit ook het seizoen is van de donkere avonden en de komende depressies. Er valt zoveel te zien.

17.8.08

Op hol geslagen

Terwijl het landschap zich voor de zoveelste keer omdraait in de cyclus van de seizoenen, zijn vanachter de horizon groter veranderingen op komst. Soms zichtbaar in een zomerlucht die dicht is van de smog die uit uit westen komt overwaaien; en soms in sloten die niet meer bevriezen willen in de winter. De wereld stormt af op een klimaatverandering zoals al lang niet meer gezien. Over tachtig jaar wordt het veertig graden in de zomer; eens zien of de mais dan tot in de hemel groeit en Zondereigen dan toch, na honderden jaren ovewoekerd zal worden door een op hol geslagen natuur. Heeft 't zin je verdiepen in apocalyptische scenario's die gevoelsmatig toch door niets of niemand meer bij te sturen zijn. Of moet de fietser zich juist gaan inspannen? Zich klaarmaken voor een demarrage, om vanuit een schijnbaar kansloze positie toch nog terug te komen en de wedstrijd in zijn voordeel te beslissen. Pirsig was in ieder geval niet van plan zich erbij neer te leggen. Alleen was Pirsig niet een man van de daad. Hij wilde eerst bedenken wat er mis was. Hij plaatste zichzelf op een dermate grote afstand van de wereld en de mensen, om maar beter te kunnen zien. Dat is tenslotte de ingebakken neiging van alle goede filosofen. Zo ver dat hij er gek van werd. De katharse leverde twee boeken op. Als de wereld ergens behoefte aan heeft dan is het kwaliteit; een en ondeelbaar en dan nog eens ondefinieerbaar. Probeer dat maar eens te realiseren. De fietser kan het niet zo ver zoeken; hij gaat op zijn gevoel af. Hij rijdt zijn rondjes in domme regelmaat, zoals de minderbroeder door de kloostergang gaat. De kwaliteit zit in de lucht als hij rond Zondereigen fietst. Voor hem is dat genoeg, ook al zou de filosoof die meelift op zijn schouder graag wat meer tastbare dingen mee krijgen.

17.7.08

Zomerlandschap

De mais is al weer hoog opgeschoten. Het uitzicht van de fietser verandert. Op sommige plekken kun je er niet meer overheen kijken. Je rijdt langs een groene muur. Door de gestegen voedselprijzen staat er groen goud op het veld. De hele perceptie van het landschap verandert erdoor. Je rijd niet meer in een open vlakte, maar in een labyrinth met doorkijkjes; een echt coulissenlandschap. Het landschap ondergaat een metamorfose met ieder seizoen. Van vlak en kaal, naar groen en verbrokeld, met af en toe een verrassende intimiteit. Wat de sneeuw is voor de eskimo's is de mais voor deze omgeving. Het geoefende oog ziet verschillende varieteiten. Soms staat er een bordje bij. Sommige rassen lijken harder te groeien dan andere. Dat moet dan duidelijk worden gemaakt aan de passerende fietser, die er niet eens de helft van begrijpt. Hij is geen boer. slechts een stadsmens op zoek naar rust en afleiding van zijn bestaan in de hoogste versnelling. Hij is verrast door de veranderingen. Hij rijdt hetzelfde rondje als altijd. Toch lijkt hij zich in een ander decor te bevinden. Hij verandert niet werkelijk van plaats, maar bevindt zich in een ander decor dan drie maanden geleden. Een fietstocht door de tijd als het ware. Het is niet alleen mais wat hij ziet. Ook groen graan, dat al aan het vergelen is. Nog een week of twee en dan is dat er al weer af. De eerste oogst als een voorbode van een nieuwe verandering.

31.3.08

Lappendeken.

Hoe ontstaat kwaliteit uit chaos, of uit een schijnbaar ongeordende verzameling? Op de kaart, misschien ook vanuit een vliegtuig, ziet het landschap er uit als een lappendeken. De lapjes verwisselen van kleur met de seizoenen, maar een lappendeken blijft het. Grote vlakken, platte vlakken, rode daken, stukken bos en tussendoor een dorp. Dat dorp dat er eigenlijk onaangedaan bij ligt, alsof er niet al honderden jaren geschiedenis zijn gepasseerd. Veel bijzonders is er niet gebeurd. Als je de boeken raadpleegt vindt je er weinig over. Het is vooral aan het liefdewerk van amateur-historici uit de streek te danken dat er wat bekend is. Daarmee kom je bij een andere gedachte, ook al is dat puur associatief. Kwaliteit valt hier samen met onveranderlijkheid; een eigenheid die in al die jaren nauwelijks is aangetast. Dat was er waarschijnlijk niet toen de eerste huizen werden neergezet; misschien ook nog niet toen de eerste kerk werd gebouwd, maar het is langzamerhand het dorp ingekropen, heeft zich vastgezet aan de muren, zich verstopt in de kieren en de grond is er mee doordrenkt. De fietser kan hier alleen maar op zijn gevoel vertrouwen; met verstand neem je hier weinig waar.

24.3.08

Pasen

Een onverwacht zonnige eerste paasdag. Het weer nodigt uit voor een ritje door het landschap. Blauwe lucht, af en toe drijven wat wolken over. Veel drassige akkers, soms met grote plassen. De lucht is helder zoals ik lang niet gezien heb. Het voornemen is een korte rit. Op eerste paasdag zijn er tenslotte ook andere dingen te doen. Onderweg trekt het verlangen toch weer. Het is fijn om op de fiets te zitten. Het landschap is open. Je kunt nog makkelijk door de bomen kijken, hoewel er een paar bij zijn waar al wat groen zichtbaar is. In het dorp lijkt het rustig; nauwelijks mensen op straat. Een groot huis staat te huur. Benieuwd wat het zou kosten. Het lijkt of het dorp ontspant en zich uitstrekt in de zon. Ondanks de kou van gisteren heeft het nieuwe seizoen zich aangekondigd. Zondereigen is de winter goed doorgekomen zoals al veel keren daarvoor. Het wordt weer tijd om de blik naar buiten te richten.

24.2.08

Lentekriebels

Het voelt onwerkelijk. De temperatuur is zacht. Een milde zon schijnt over de kale akkers. Dit is niet zoals ik het de laatste weken gewend was. Niet de koude wind op mijn gezicht; niet de grijze lucht die de kleur uit het landschap lijkt te trekken. Het is nog veel te vroeg voor de lente. Misschien gaat het nog wel tien dagen vriezen in de komende dagen. De weersverwachting geeft er geen aanleiding voor, maar het is mogelijk. Het is ook al eerder voorgekomen. Terwijl de narcissen zich ontplooiden, werden ze onverwacht bedolven onder de sneeuw. Om er daarna nog verrassend ongeschonden onder tevoorschijn zijn gekomen. Ik had me ingesteld op de winter. In gedachten ben ik nog steeds een winterfietser, maar buiten is er al iets aan het veranderen. Ieder jaar wen ik aan de winter omdat het niet anders kan. De winterfietser is een behoedzame fietser. De omgeving is koud, mischien vijandig. Hou lang ga ik het volhouden in de kou? Wanneer moet ik stoppen om te voorkomen dat ik op slot ga? De winterfietser weet dat hij zuinig moet zijn op zichzelf. Als de lente zich aan lijkt te dienen word ik in verwarring gebracht. Het grimmige weer ligt misschien snel achter ons. Nog niet, maar misschien wel snel. En dan merk ik dat ik uitkijk naar de lente, naar het groene landschap en het licht.

10.2.08

Mentale Veslaving

Lang fietsen is niet erg opwindend. Het bewegen zelf niet tenminste. Je lichaam maakt steeds dezelfde beweging. Je bevindt je steeds in dezelfde stand. Spieren zetten zich vast in een bepaalde houding en hoewel je in beweging bent, lijkt het toch alsof sommige spieren verstijven. Er bestaan speciale yoga-oefeningen om het lichaam na een lange fietstocht weer soepel te krijgen. Wielrenners brengen na een etappe een half uurtje door op de masseer tafel. Al die monotonie is niet goed voor een mens. Dat geldt niet alleen op het gebied van fietsen. Zou het ook invloed hebben op de mentale conditie? Is het zo dat de mentale fietser ook verstijft na de vele kilometers die hij in het zadel doorbrengt? Dat is niet mijn eigen ervaring. Een van de leuke dingen van fietsen is juist dat je het de gedachten min of meer de vrije loop kunt laten terwijl je rustig aan door het landschap rijdt. In die zin komen de gedachten los. Er gebeurt dus op het mentale vlak iets anders dan op het psychische vlak. Ik denk dat de meeste fietsers bekend zijn met dit gevoel. Bovendien denk ik dat het een even grote verslavende werking heeft als het fietsen zelf.

30.1.08

Verlengstuk.

Een stille dag. Zo lijkt het tenminste. De hemel is grijs, zoals vele dagen daarvoor. Een rustige rit in een gelijkmatig tempo. Nergens meer een blaadje aan de bomen. Het landschap lijkt veel opener. Ook de wind heeft meer greep op de fietser. Met de wind in de rug lijkt alles soepel te gaan. Pas na het nemen van een bocht merk ik dat de zuidwester nog behoorlijk doorkomt. Ik moet twee tandjes terug om in dezelfde rustige pedaalslag te komen. Het tempo is dan wel een stuk minder geworden. Op de weg naar het dorp is er onverwacht veel autoverkeer. Veel auto's met een hondenkar erachter. Misschien een wedstrijd. De laatste bocht voor het dorp geeft een mooie open uitkijk. Jammer genoeg is het onaangenaam om te blijven kijken want de wind is fris. Eenmaal het dorp weer uit gaat het makkelijker met opnieuw de wind schuin achter. Af en toe versnel ik het tempo en de fiets reageert als vanzelf. Alsof de fiets een verlengstuk van lichaam en geest is geworden. Ik hoef 't maar te denken en het tempo is al omhoog. Zo is de fietser in zijn element.