24.2.08

Lentekriebels

Het voelt onwerkelijk. De temperatuur is zacht. Een milde zon schijnt over de kale akkers. Dit is niet zoals ik het de laatste weken gewend was. Niet de koude wind op mijn gezicht; niet de grijze lucht die de kleur uit het landschap lijkt te trekken. Het is nog veel te vroeg voor de lente. Misschien gaat het nog wel tien dagen vriezen in de komende dagen. De weersverwachting geeft er geen aanleiding voor, maar het is mogelijk. Het is ook al eerder voorgekomen. Terwijl de narcissen zich ontplooiden, werden ze onverwacht bedolven onder de sneeuw. Om er daarna nog verrassend ongeschonden onder tevoorschijn zijn gekomen. Ik had me ingesteld op de winter. In gedachten ben ik nog steeds een winterfietser, maar buiten is er al iets aan het veranderen. Ieder jaar wen ik aan de winter omdat het niet anders kan. De winterfietser is een behoedzame fietser. De omgeving is koud, mischien vijandig. Hou lang ga ik het volhouden in de kou? Wanneer moet ik stoppen om te voorkomen dat ik op slot ga? De winterfietser weet dat hij zuinig moet zijn op zichzelf. Als de lente zich aan lijkt te dienen word ik in verwarring gebracht. Het grimmige weer ligt misschien snel achter ons. Nog niet, maar misschien wel snel. En dan merk ik dat ik uitkijk naar de lente, naar het groene landschap en het licht.

Geen opmerkingen: