De lucht is vol van een bijna doorzichtig, lichtgrijs wolkendek, dat zo dun lijkt dat de lucht soms ook gewoon blauw is. De akker is bedekt met een grassoort, die als transparant groen dons over de akker ligt. De fietser rijdt over de oostelijke weg in de richting van het dorp. Het asfalt is niet droog en niet nat. De fietser probeert een gestadig tempo te rijden, maar de gaten en oneffenheden in het asfalt maken dat hij soms uit zijn ritme wordt gehaald. Zijn blik is gericht op het asfalt. Als hij zich opricht om even vooruit te kijken, ziet hij de kerktoren die zichtbaar is tussen de bomenrij door, die haaks op de oostelijke weg staat.
Even wordt aan de zijkant van het dorp, een wit huis zichtbaar; een klassiek plaatje. Het ligt iets afgezonderd van de dorpskern. De rode pannen op het dak zijn goed zichtbaar. Het beeld verschuift weer achter een bomenrij, wanneer de fietser verder rijd. Een roofvogel zweeft op de lucht boven de opgewarmde akker, zijn vleugels wijd gespreid.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten